Geschiedenis
Lezing van de Heer Rhoen, gemeente archivaris Zeist, d.d. 16 maart 2005
Vanavond zullen wij het hebben over de ontstaansgeschiedenis, de genese, van Bosch en Duin. Aan het eind wil ik echter ook nog enkele feiten memoreren over Bosch en Duin tijdens de Tweede Wereldoorlog.Toen mij gevraagd werd of ik een inleiding wilde houden over de ontstaansgeschiedenis van Bosch en Duin, had ik een probleem. Hoe zou ik Bosch en Duin moeten typeren? In de Gemeentegids van Zeist staat dat tot de gemeente Zeist ook de buurtschappen Austerlitz, Huis ter Heide, Bosch en Duin en Den Dolder horen. Ik weet dat er mensen zijn die moeite hebben met de aanduiding buurtschap en bijvoorbeeld liever over het dorp Austerlitz of het dorp Den Dolder spreken. Buurtschap betekent gehucht en dat heeft voor hen een negatieve klank. Deze negatieve bijklank kent dit woord hier niet. Met liefde spreekt men over ‘de mooie buurtschap’. Ik kan vanavond dan ook met een gerust hart het woord buurtschap laten vallen. Daarnaast gebruik ik ook de aanduiding villapark Bosch en Duin, omdat dat de eerste benaming was.Vorming van het landschap
Voor de geschiedenis van Bosch en Duin gaan we heel ver terug in de geschiedenis en wel naar de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Die eindigde ongeveer 150.000 jaar geleden. In dat geologische tijdvak ontstond namelijk de Utrechtse Heuvelrug. Het gebied gelegen tussen het Gooi en Rhenen, Amersfoort en Utrecht. De Rijn en de Maas stroomden vóór die ijstijd verder naar het noorden dan tegenwoordig. De beide rivieren hadden daar dikke lagen zand afgezet. In de voorlaatste ijstijd was het noordelijk deel van Nederland bedekt met gletsjers, die het afgezette zand opstuwden en daardoor stuwwallen vormden, zoals de Utrechtse Heuvelrug.In de laatste ijstijd, die ongeveer 70.000 jaar geleden begon en tot 10.000 jaar geleden duurde, kwamen de gletsjers minder ver, maar was de bodem wel permanent bevroren. Door de toen heersende harde winden werden zandlagen afgezet. Ook werd toen de oostelijke begrenzing van de Heuvelrug een stuk opgeschoven. Het gebied ten oosten van de Leusderheide bijvoorbeeld, waarop het landgoed Den Treek is gevestigd, behoorde aanvankelijk tot de Gelderse Vallei maar is in deze periode opgehoogd met zand. Na de laatste ijstijd is het gebied bebost geraakt. Rond 400 maakte de Utrechtse Heuvelrug deel uit van een bosgebied dat zich uitstrekte van de Veluwe tot aan Utrecht. De Heuvelrug was als gevolg van eeuwenlange overbeweiding en het halen van brand- en bouwhout omstreeks 1600 bijna geheel ontbost. Door het verdwijnen van het bos en door het plaggensteken - de heide werd hierdoor bijzonder voedselarm - ontstonden grote zandverstuivingen. Het landschap op de zandgronden maakte rond 1800 een kale indruk. Ik zal hier een voorbeeld van geven. Bij de verkoop in 1801 van het landgoed Rijnwijk gelegen aan de Driebergseweg in Zeist wordt in de akte vermeld: ‘men uit het Huis een heerlijk en veruitzigt heeft op de Heijde tot op den Amersfoortschen Toorn’. Pas in de 19e en 20e eeuw werden op grote delen van de Heuvelrug opnieuw bossen aangelegd. Bij de invoering van het kadaster in 1832 werden de percelen in dit gebied beschreven als dennenbos, duinen en heide.Honderd jaar later, in 1930, wordt nog gesproken over een aaneenschakeling van bos en heide met stuifzand.In het ontstaan van het landschap zien we dus achtereenvolgend: zand, bos, zand, bos. In de naam van Bosch en Duin weerspiegelt zich - zou je kunnen zeggen - de ontstaansgeschiedenis van de buurtschap.Deel van de gemeente Zeist
Misschien heeft u zich ooit afgevraagd waarom Bosch en Duin tot de gemeente Zeist behoort. Als men naar de vorm van de gemeente Zeist kijkt, is de loop van de gemeentegrens aan alle kanten nogal grillig. En dan moet u bedenken dat Zeist nog groter was. Zeist was qua oppervlakte op Utrecht na de grootste gemeente in de provincie. Een deel van de Uithof behoorde tot het grondgebied van de gemeente Zeist, evenals het gebied ten noorden van Odijk. De Kromme Rijn vormde deels de gemeentegrens van Zeist. Deze gebieden werden een veertig jaar geleden bij de gemeente Utrecht respectievelijk Bunnik gevoegd. De huidige gemeente Zeist is in 1818 ontstaan uit de samenvoeging van een aantal middeleeuwse gerechten, te weten Zeist, De Breul, Stoetwegen en Kattenbroek. Austerlitz was in 1811 al bij Zeist gekomen. Van deze gerechten was Zeist het grootste en het belangrijkste gerecht. De heide tot aan de Vuurse behoorde tot dit gerecht en daarmee ook het gebied waar begin 1900 Bosch en Duin is ontstaan. Kadastraal bleven de namen van de oude gerechten gehandhaafd voor het aanduiden van de secties. Binnen het gerecht Zeist werden als aanduiding voor de secties de namen Zeist, Wallenburg en Den Dolder gebruikt. Alle gebied ten noorden van de Amersfoortseweg lag in de sectie Den Dolder. Het oorspronkelijke Den Dolder, dat al in 1239 wordt genoemd, lag aan de Soestdijkseweg in de buurt van Prins Hendriksoord. De naam voor het huidige dorp Den Dolder werd pas in 1912 door de gemeenteraad vastgesteld.De eerste duidelijke bepaling van de grenzen voor dit gebied dateert uit 1677 toen Zeist door de Staten van Utrecht tot een hoge heerlijkheid werd verheven. De grenzen van de hoge heerlijkheid Zeist en Driebergen staan vermeld op de kaart die de cartograaf Bernard de Roy in 1677 maakte van de nieuwe hoge heerlijkheid. De grensbepaling begon in de noordelijkste punt en liep tegen de klok in. Ik citeer: ‘Eerstelijck neemt de hoge Jurisdictie sijn begin aenden Dolder bij de Limietpael vande hoge Jurisdictie van Soest, streckende van achter den huijse van Drakensteijn langs de Vuersche steege, ende van daer langs de scheijdinge vande Bilt over den Veenenheuvel tot over de Amersfoortsen wegh [...]’ Na de grenzen te zijn rondgegaan ten slotte: ‘Leusder en Amersfoorder heijvelden tot aende scheijpaelen vande voors. Soester Jurisdictie, ende voorts langs deselve tot aende Pijnenborge grift ende wederom tot aenden Dolder toe.’ In 1825 werden de gemeentegrenzen opnieuw vastgesteld.
De ontginning van de woeste gronden
De ontginning van de woeste gronden is door nonnen aangepakt. Het heidegebied waar Bosch en Duin onderdeel van uitmaakte was oorspronkelijk bezit van het Vrouwenklooster dat in De Bilt stond. Dit klooster van Benedictinessen bezat op Dijnselburg aan de Amersfoortseweg een uithof. Deze wordt genoemd in een akte uit 1277. Van hieruit werd het kloosterbezit beheerd en ontgonnen. Dit bezit strekte zich uit tot aan De Vuurse in het noorden. Dat gebied had het Vrouwenklooster in 1308 verkregen door schenking. Op welke wijze het grote gebied tussen Dijnselburg en het Vrouwenveen in de Vuurse in het bezit van het Vrouwenklooster is gekomen, hult zich in het duister van de middeleeuwen. Als toponiemen komen in dit gebied de namen Nonnengroep, Ooster Nonnengroep en Nonnenland voor. Na de Reformatie kwamen de bezittingen van de Utrechtse kloosters onder het beheer van de Staten van Utrecht die halverwege de 17e eeuw grote stukken land verkochten aan vermogende particulieren; zo ook van het Vrouwenklooster. Wie aan heide denkt, denkt aan schapen. Dat beeld klopt ten aanzien van het agrarische Zeist in de eerste helft van de 19e eeuw. Volgens de cijfers van een enquête uit 1814 waren er 318 schapen. Gegevens van vijf jaar later tonen een forse toename in het aantal paarden, koeien en varkens, maar een enorme vermindering van het aantal schapen. Waarschijnlijk was het verdwijnen van een groot deel van de gemene heide een van de oorzaken ervan. De schapenteelt was ook in verval geraakt als gevolg van ziekte, vooral schaapspokken. Een andere oorzaak was het schapenras dat men hield, Merino's. Dit ras leverde geen goede wol en vroeg teveel zorg. Juist in deze streek werd onderzoek gedaan naar de verbetering van de schapenfokkerij. Alexander Numan liet in 1835 op de heide ten noorden van de buitenplaats Beukbergen stallen bouwen voor het onderbrengen van de schaapskudden van de Rijksveeartsenijschool, die in Utrecht was gevestigd. Hier experimenteerde hij met de kruising van verschillende schapenrassen. Tot 1850 heeft de ‘Hoeve der Veeartsenij School’ bestaan.Aanleg van de Amersfoortseweg
250 Jaar voordat over Bosch en Duin werd gesproken, werd de Amersfoortseweg aangelegd. Toch was de aanleg van deze weg in 1653 van belang voor het ontstaan van het villapark. De Staten van Utrecht besloten in het midden van de 17e eeuw tot aanleg van deze kaarsrechte weg op Amersfoort vanaf de Utrechtseweg tussen De Bilt en Zeist. Op deze wijze kwam er niet alleen een goede verbinding tussen Utrecht en Amersfoort tot stand, maar werd ook een impuls gegeven aan de ontginning van het grote heidegebied tussen De Bilt, Soest, Amersfoort, Leusden en Zeist. Op de ‘Nieuwe kaart van de Kwartieren van Eemland en ’t Overkwartier in ’t Sticht van Utrecht’ uitgegeven in 1772 te Amsterdam bij Isaak Tirion werd dit heidegebied aangeduid met ‘Amersvoorder Bergen’. De vakken die aan de Amersfoortseweg grensden en aan particulieren waren uitgegeven, werden door de eigenaren bebost. Hiermee kreeg deze weg het karakter van een groene oase op deze grote heide. De Amersfoortseweg vormt de zuidelijke grens van Bosch en Duin en de oorspronkelijk belangrijkste ontsluitingswegen, de Mesdaglaan en de Duinweg, liggen aan deze weg. De infrastructuur van het gebied werd verder verbeterd door de aanleg van de Dolderseweg in 1860, waardoor een goede verbinding van de Amersfoortseweg met de Soestdijkseweg in het noorden ontstond.Aanleg van spoorwegen
Het zou meer dan tweehonderd jaar duren voor er opnieuw infrastructurele verbeteringen zouden worden doorgevoerd. Hiermee bedoel ik het spoorwegennet. De uitbreiding van het spoorwegennet is voor de ontwikkeling van belang geweest. In 1863 werd de spoorlijn Utrecht-Amersfoort-Zwolle in gebruik genomen. In 1898 werd de spoorlijn Den Dolder-Baarn geopend en in 1901 werd de spoorlijn van Bilthoven op Zeist aangelegd. In 1907 werd de halte Bosch en Duin geopend. Toen werd de kiosk die op Het Rond in Zeist stond overgeplaatst naar Bosch en Duin. Vooral deze spoorlijn van de Nederlandse Buurtspoorweg heeft het ontstaan en de groei van Bosch en Duin bevorderd. Tot 1941 was Bosch en Duin bereikbaar vanaf vier stations: station Bilthoven, station Den Dolder, station Huis ter Heide en de al genoemde halte Bosch en Duin. Vanaf 1941 had alleen nog goederenvervoer plaats over de spoorlijn Bilthoven-Zeist en in 1972 werd de lijn opgeheven. Hiermee lopen we eigenlijk vooruit op de geschiedenis. In Zeist was in 1881 door de bekende tuinarchitect Hendrik Copijn het villapark Wilhelminapark ontworpen. Dit park werd toen nog aangeduid als ‘Villapark in 't Zeister Bosch’. Tot 1900 verliep de bebouwing van dit villapark nogal langzaam. In het eerste decennium van de 20e eeuw werd het Wilhelminapark grotendeels volgebouwd. Voorts begon in 1904 de NV Schaerweijder Bosschen met de aanleg van het ‘Schaerweijder Bosch- en Villapark’ in Zeist. Nu beter bekend als het Lyceumkwartier. Het ontwerp van dit park is van Hugo Poortman. In Huis ter Heide ontstond het Blookerpark. De cacaofabrikant Blooker gaf aan de al genoemde tuinarchitect Hendrik Copijn opdracht de overplaats van Oud-Zandbergen aan de Amersfoortseweg te reorganiseren. De aanleg in 1901 van de spoorlijn Bilthoven-Zeist via Huis ter Heide bood Blooker de mogelijkheid dit terrein te exploiteren en hij liet het geschikt maken voor bebouwing met villa’s. Het is aardig om te weten dat Huis ter Heide tot circa 1910 Soesterberg werd genoemd. Bij het station in Bilthoven werden in 1900 enkele villa's gebouwd. In een snel tempo verrezen daarna nog meer villa's en ook wat kleinere woningen. Het bosgebied werd doorsneden door verschillende wegen en er ontstond een nieuw dorp dat in 1917 de naam Bilthoven kreeg. In deze trits van villabebouwing past ook Bosch en Duin. Steevast wordt als enige aanleiding voor het ontstaan van deze villaparken de aanleg van de spoorlijn Bilthoven-Zeist genoemd. Men gaat daarbij voorbij aan de economische factoren. In het laatste kwart van de 19e eeuw ging ons land gebukt onder de gevolgen van de landbouwcrisis van 1880, waardoor er minder kapitaal voorhanden was en de economie stagneerde. Aan het eind van de 19e eeuw beleefde Nederland een economische opleving. Er werd weer geïnvesteerd in grote infrastructurele projecten, zoals uitbreiding van het spoorwegennet. Als voorbeeld: tussen 1890 en 1899 werden 12 lijnen geopend en tussen 1900 en 1909 29 lijnen. Onder invloed van de gunstige economische factoren waren de mensen bereid geld uit te geven voor villabouw.N.V. Maatschappij Bosch en Duin
De notariële akte die op 29 januari 1902 werd opgemaakt, zou men als de geboorteakte van Bosch en Duin kunnen beschouwen. Op die dag in 1902 werd voor notaris Krabbendam in Amsterdam door de heren Jhr. Rutgers van Rozenburg uit Zeist, Luden uit Amsterdam en Van der Meulen uit Bloemendaal de ‘Maatschappij Bosch en Duin, Naamlooze Vennootschap tot Exploitatie van onroerende goederen’ opgericht. Drie dagen later kocht de ‘Maatschappij Bosch en Duin’ van Herman Friedrich Kol, lid van de bekende Utrechtse bankiersfamilie, ruim 350 hectare grond gelegen aan de noordzijde van de Amersfoortseweg en begrensd door de Dolderseweg. In het kadaster werden de aangekochte percelen omschreven als: ‘enige dennenbosschen, sparren, hakhout, heide, zandduinen en wegen’. De koop werd gesloten voor 100.000 gulden. Als we een dergelijk bedrag horen, willen we graag weten wat de huidige waarde zou zijn. Dat is omgerekend 2.393.559,13 gulden of € 1.086.149,77. Op 2 mei 1902 werd de grond tussen de Paltzerweg en de spoorlijn van Utrecht naar Amersfoort door de maatschappij erbij gekocht. Rutgers van Rozenburg werd directeur van de maatschappij en hij ontwierp het wegenplan. Op 6 oktober 1902 werd de eerste bouwvergunning verleend voor een huis in Bosch en Duin en wel aan de dames Royaards te Utrecht voor twee woningen en een stal. Vanuit deze fraaie aan de Duinweg 31-33 gelegen tuinmanswoning werd het 22 ha. grote terrein geschikt gemaakt voor de komst van de dames in de in 1905 te bouwen villa ‘Tannenberg’. J.W. Kraal geeft in zijn ‘Groote Gids van Zeist’ uit 1907 een bloemrijke beschrijving van Bosch en Duin en over de villa van de dames Royaards schrijft hij: ‘Tannenburg zelf bereikt men door den rijweg te volgen, die zich langs de tuinbaaswoning door bemoste en beplante heuvels slingert. 't Is een mooie huizinge en de aanleg rondom is bewonderingswaard. Vijver en waterval, boomgaard en weide, de beek met de brug, bloemen en heesters langs sierlijke paden en in groene gazons, ziedaar een treffend beeld van wat kunstsmaak in korten tijd vermocht. 't Is alsof een der mooiste buitenplaatsen plots in vroeger wildernis werd neergelegd, zoo vol en weelderig is de toon van 't geheel.’ Een andere in het prille begin van Bosch en Duin gebouwde villa is het in 1903 gebouwde huis ‘Peterhof’ aan de Baarnseweg 9 door de heer Dupper, een gepensioneerde zeeofficier. In 1904 verrees de villa ‘Zonnehof’ aan de Mesdaglaan 3. Het huis werd door de Zeister gemeentearchitect Meerdink ontworpen voor Prof. Dr. P. Zeeman, aan wie samen met Prof. Dr. H.A. Lorentz in 1902 de Nobelprijs voor de natuurkunde was toegekend.Andere eerstelingen in Bosch en Duin zijn de panden: Spoorlaan 1, Duinweg 10, ‘In de Dennen’ genaamd (het pand is inmiddels gesloopt), Duinweg 35 van de Utrechtse Gezondheidskolonie (is inmiddels ook gesloopt) en Baarnseweg 2 ‘Hoog Duin’.Veel huizen werden - zeker in de eerste tien jaar na het ontstaan van het villapark - alleen in de zomer bewoond. De exploitatiemaatschappij Bosch en Duin N.V. verkocht niet alleen grond, maar bouwde zelf ook. In 1907 verrees de boswachterwoning met stallen, later verbouwd tot de boerderij-uitspanning ‘Bosch en Duin’. Deze taveerne, waarnaar in 1910 de Taveernelaan is genoemd, werd namens de maatschappij jarenlang beheerd door Van Ginkel. Na zijn vertrek is in 1946 de naam veranderd in hotel ‘de Hoefslag’. Hierover zegt de reeds eerder geciteerde Kraal in zijn boek: ‘ligt wat verder op den hoek de boerderij en uitspanning Bosch en Duin, met een Oud-Hollandsch ingerichte zaal voor ververschingen. De hooge dennen waardoor 't rood van 't dak en de kleuren van de aardige ramen en getimmerten heen breken, 't boerenbedrijf met al zijn aantrekkelijkheid, de inrichting en gunstige gezellige ligging van 't mooie gebouw maken dit tot een echte plaats van ontspanning, dat - bij meerdere bekendheid - zeer velen zal trekken.’ De maatschappij zorgde, behalve voor melkproducten, ook voor brood. In 1909 werd aan de maatschappij vergunning verleend voor de bouw van een bakkerij en een winkel aan de Vossenlaan, hoek Dennenweg. De winkel werd aanvankelijk beheerd door bakker Dorresteijn, later door kruidenier Heijting. In 1929 werd de winkel verbouwd tot garage.
N.V. ‘Boekeldal’
Het was niet zo dat Bosch en Duin binnen enkele jaren was volgebouwd. Ruim 25 jaar later, in 1930, werd door de N.V. ‘Bouw- en Handelsmaatschappij ‘Boekeldal’ tot exploitatie van gronden, gelegen in het villapark “Bosch en Duin”’ een grote reclamecampagne gevoerd voor de verkoop van vijftien bouwkavels. Deze bouwmaatschappij had haar grond kort tevoren gekocht van de N.V. Bosch en Duin. Tot Bosch en Duin werd toen het gebied gerekend dat gelegen was tussen de Amersfoortseweg en de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. Het grootste perceel had een oppervlakte van ruim 10 ha. Op elk perceel mocht slechts één huis worden gebouwd. Bepaald was dat op de verkochte terreinen niet gebouwd mochten worden, ik citeer uit de brochure:'1. Arbeiderswoningen of huizen van minder dan vierhonderd gulden werkelijke huurwaarde.
2. Geneeskundige inrichtingen, kloosters, fabrieken, trafieken of inrichtingen, waartoe volgens de wet bijzondere vergunning van overheidswege moet verkregen worden.
3. Herbergen, kroegen, koffiehuizen, bierhuizen, logementen of zaken, waarvoor “verlof” vereischt wordt. Het houden van varkens is verboden.
4. De op den verkochten grond te stichten huizen moeten zoodanig worden gebouwd, dat zij ten minste twee verdiepingen boven den beganen grond hebben, met uitzondering van paardenstallen, koetshuizen, koetsiers- en tuinmanswoningen.’
Einde citaat. De oprichting van ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke instellingen wilde men, ik citeer: ‘uit deze natuurbron van schoonheid en gezondheid zelfs de gedachte aan ziekte, welke toch eigenlijk onnatuurlijk is, weren.’ De brochure van de N.V. ‘Boekeldal’ droeg niet voor niets de titel van ‘Een woonidylle!’. In 1930 werd geadverteerd met het feit dat de wegen in Bosch en Duin verhard en goed berijdbaar waren. En er was straatverlichting. Alleen de Hobbemalaan was nog niet verhard en de toenmalige wens was dat: ‘een prachtige rustieke, kostelijke landweg, welke nog lang in dien ongerepte staat als natuurmonument behouden moge blijven.’ Bosch en Duin was aangesloten op het gas-, water- en elektriciteitsnet en, zoals een journalist schreef: ‘Men kan zich dus het wooncomfort van de groote stad direct aanschaffen.’
Feest ter gelegenheid van het regeringsjubileum
In 1923 vierde koningin Wilhelmina haar 25-jarig regeringsjubileum. In Bosch en Duin was de hele dag feest. Voorzitter van de feestcommissie was de heer Jockin. Bij de uitspanning ‘Bosch en Duin’ was een grote tent neergezet die plaats bood aan tweehonderd personen. Bij het begin van de inrit had men een met bloemen versierde erepoort opgericht en de weg naar het feestterrein met slingers versierd. Van 9 uur ’s morgens tot ’s middags 5 uur waren er kinderfeesten. ’s Avonds was er een optreden van de bekende cabaretier Jean Louis Pisuisse. Hij trad die avond op met de zangeres Jenny Gilliams, die twee jaar later zijn derde echtgenote zou worden. De feestavond werd besloten met een toespraak van burgemeester Baron Van Tuyll van Serooskerken. Een paar dagen na dit geslaagde Oranjefeest kwam een aantal bewoners van Bosch en Duin bijeen en besloot men tot oprichting van de ‘Vereniging Bosch en Duin en Omstreken’. Zo was er uit iets moois, iets goeds voortgekomen. Uit de losse bebouwing was een gemeenschap ontstaan. Dit is mijns inziens een mooi punt om de ontstaansgeschiedenis van het villapark Bosch en Duin mee af te sluiten.Herdenking 60 jaar bevrijding
Op 5 mei dit jaar herdenken we in ons land dat Nederland zestig jaar geleden door de geallieerden bevrijd werd van de Duitse bezettingsmacht. Daarom wil ik ook nog even stilstaan bij de geschiedenis van Bosch en Duin tijdens die vijf zware oorlogsjaren. Bosch en Duin heeft veel geleden van de oorlog. Het lag immers vlakbij het militaire vliegveld Soesterberg, dat meerdere malen door geallieerde vliegtuigen zwaar werd gebombardeerd.Bombardementen en luchtaanvallen die ik wil noemen, zijn die op:8 maart 1944: de villa ‘Dennenhof’ aan de Vossenlaan 11 werd bij een luchtaanval van ongeveer 50 vliegtuigen om 11.15 uur getroffen en totaal vernietigd. De bewoonster 27 jaar oud en haar kinderen van 5 en 3 jaar kwamen hierbij om het leven. Aan de spoorlijn tussen Den Dolder en Soest werden drie mannen gedood. Er kwamen ook bommen terecht op de Taveernelaan. Het politierapport vermeldt: ‘In de geheele buurtschap Bosch en Duin en Den Dolder waren maar weinig huizen, die niet in meerdere of mindere mate zijn beschadigd. Behalve het reeds vermelde, volledig ingestorte huis, waren ernstig getroffen, doch niet ingestort, de percelen 20 en 22 aan de Baarnscheweg. Bij verschillende huizen waren deuren gespleten, betimmeringen losgerukt, muren en daken gescheurd en dakpannen afgeworpen. Naar schatting zijn in de buurtschappen Bosch en Duin, Den Dolder en Huis ter Heide, alle behoorende tot de gemeente Zeist, aan ruiten 1000 vierkante meter glas vernield.’ Diezelfde dag: om 16.05 uur een luchtaanval van circa 100 vliegtuigen. Een spoorwegbeambte werd zwaargewond en overleed nog dezelfde dag.15 augustus 1944: luchtaanval van 11.20 uur tot 13.15 uur door circa 200 vliegtuigen. Buiten het vliegveld vielen naar schatting enkele honderden brisantbommen van elk 500 kg. Als gevolg van het bombardement was er geen water, gas en elektriciteit meer. Telefoonverkeer was ook niet meer mogelijk. Een aantal wegen werd afgesloten met het oog op blindgangers. Bij dit bombardement vonden zeven mannen de dood, waarvan zes werkzaam waren op het vliegveld. In Bosch en Duin en in Den Dolder werden drie woningen volkomen verwoest, 25 woningen werden zeer zwaar beschadigd, 34 woningen zwaar beschadigd en 148 woningen licht beschadigd. Op 27 augustus 1944 stortte om 0.54 uur een Duits vliegtuig neer in de tuin achter het huis Biltseweg 12, waarbij de drie inzittenden om het leven kwamen. 3 september 1944: een luchtaanval van 17.25 uur tot 18.48 uur door enkele honderden vliegtuigen.24 januari 1945: om 15.30 uur een luchtaanval op de spoorlijn Utrecht-Amersfoort in Den Dolder, waarbij een manspersoon om het leven kwam. 20 maart 1945: van 10.00 uur tot 10.25 uur een luchtaanval van 20 tot 30 jachtbommenwerpers, waarbij boven Bosch en Duin ongeveer dertig bommen vielen en met boordwapens werd geschoten. Negen burgers en enkele Duitse militairen werden gedood. Zes van hen hadden beschutting gezocht naast de spoordijk achter het perceel Biltseweg 1. Het huis Biltseweg 5 brandde geheel uit. Achter het perceel Dennenweg 15 lag een niet-ontplofte bom van 500 kg.
Het luchtalarm is gedurende de oorlogsjaren tig keer gegeven. Als er voor de Duitsers vijandelijke vliegtuigen aan de hemel verschenen, werd er op het vliegveld Soesterberg luchtalarm gegeven. De alarmsirenes in Bosch en Duin waren gekoppeld aan die staande in en om het militaire vliegveld. Zij werden op last van de commandant van het vliegveld en vanuit een Wehrmachtscentrale in werking gesteld.
In een artikel in de Zeister Post van 12 mei 1945 wordt een beeld gegeven van de door de oorlog zo zwaar getroffen plaatsen Den Dolder en Bosch en Duin. Men schrijft: ‘Wij zijn in de afgelopen week in de gelegenheid geweest de omgeving van de jarenlang afgesloten Hertenlaan op te nemen en de schade van nabij te zien. Eerlijk gezegd leek het ons of wij een slagveld bezochten. Geen huis was meer heel, alle tuinen verwoest en de bomtrechters hadden een gapende omvang aangenomen als even zo vele vers geslagen wonden. Enorm is hier de verwoesting van het natuurschoon. De prachtige heide-paden naar Soest zijn vernietigd, het prachtige bos van de Hertenlaan gesloopt en de artistieke hoekjes weggeslagen. Wanneer men deze schone omgeving heeft gekend, komt men wel zeer onder den indruk. […] Wanneer men de ravage te Bosch en Duin daarbij voegt en de vernieling van de terreinen aan den Dolderschenweg, heel het kampeerterrein “De Zonnebloem” is practisch vernietigd, overziet, komt een sterk verdriet bij u op.’
Het is geen wonder dat de bewoners van Den Dolder en Bosch en Duin op de dag dat er een einde aan de oorlog kwam, feest wilden vieren. Op maandag 7 mei 1945, de dag van de bevrijding, verzamelden de bewoners van de beide zwaar getroffen plaatsen zich om 14.00 uur bij het NS-station in Den Dolder. Enkele sprekers, een van hen namens het Comité tot Opbouw van Den Dolder en Bosch en Duin, hielden een toespraak, waarbij hulde werd gebracht aan het spoorwegpersoneel, aan de bewoners van beide plaatsen, aan de koningin en het vaderland. Onder het zingen van het volkslied werd daarna de vlag gehesen. Dit was het teken voor het begin van de feestelijkheden.
Door het Comité tot opbouw van Den Dolder en Bosch en Duin en de Oranjevereniging te Den Dolder werd uit dankbaarheid en vreugde over de bevrijding van Nederland, de terugkeer van koningin Wilhelmina en de wederopbouw van het zwaar getroffen Den Dolder en Bosch en Duin, op de hoek van de Dolderseweg en de Hertenlaan-West een monumentale bank geplaatst. Hiervoor had men aan het gemeentebestuur op 19 juli 1945 toestemming gevraagd. In de rugleuning van de bank is een plaquette gemetseld, waarop te lezen staat ‘Ter herinnering aan de bevrijding van ons land, 5 Mei 1945’. Op een kleinere gedenksteen aan de linkerkant staat ‘Aangeboden door de bewoners van Den Dolder en Bosch en Duin aan de gemeente Zeist, 30 Augustus 1945’. Op die dag werd het monument aan de gemeente overgedragen. In het besluit van 28 juli 1945 waarbij het gemeentebestuur de schenking van de bank aanvaardde, staat ‘dat deze bank een sieraad zal vormen in die omgeving’.Het is het eerste bevrijdingsmonument dat in Zeist werd opgericht. Misschien een reden om dit jaar extra aandacht te schenken aan dit monument.




